Op weg naar de (s)top

Aan het einde van het vorige bericht kon je het lezen: de besneeuwde topppen van de Andes oefenen een bijzondere aantrekkingskracht op ons uit. Om die reden rijden we  na twee saaie dagen in het saaiste stadje van deze reis (San José de Jachal) niet de directe en makkelijke route naar het zuiden maar vertrekken we  in oostelijke richting.

Want alleen via die route zouden we een onbeperkt uitzicht krijgen op een schier eindeloze rij besneeuwde Andesreuzen.  Na de eerste dag fietsen we langs een enorm stuwmeer: het meest populaire windsurfgebied van het land. Je raadt al waarom. De schuimkoppen staan op de golven maar de windsurfers laten zich niet zien. We passeren Rodeo, het windsurfdorp, waar we even aan die wind kunnen ontsnappen dankzij de overvloedig aangeplante populieren.

Het windsurfstuwmeer bij Rodeo

De volgende dag fietsen we vrolijk verder over de Ruta Provincial 412. Een weg met zo’n offcieel nummer klonk ons heel betrouwbaar in de oren. Maar na een paar kilometer op deze onverharde provincieweg duwen we de fietsen aan de kant. We kunnen nu nog terug, denken  we, en is er nog een alternatieve route mogelijk? De reden hiervan: kniediep zand en manshoge keien ;-). Het alternatief blijkt enorm om, met de moed de wanhoop 😉 fietsen we verder. De weg wordt niet beter en stijgt gestaag. Groot voordeel van deze route: er is geen verkeer. De energie raakt op, de tankjes leeg, we gaan uiteindelijk maar lopen. In de verte zien we Tocota liggen. Een gehucht halverwege, bestaande uit een politiepost. Maar intussen genieten we nog wel van fraaie vergezichten op besneeuwde toppen.

Goede bewegwijzering vinden ze hier heel belangrijk

“Godzijdank”, die politiepost is er en de vriendelijke heren van de Gendarmeria Nacional geven ons toestemming om op hun terrein te kamperen en van hun warme douche gebruik te maken. Na een goed gevulde pan van Paul’s fameuze spaghettisoep vallen we uitgeput in slaap.

‘De hel van Tocota’  duurt ook de volgende dag nog voort. Alhoewel het nu afdaalt ploeteren we met grote moeite door mul grind en talloze droge rivierbeddingen. De uitzichten op de eeuwige sneeuw blijven.

In Barreal kunnen we weer helemaal bijkomen. En wat mooi die bergen vanaf de veranda van ons vakantiehuisje. Mendoza lijkt nu niet ver meer. Net zoals de hoogste top van de Amerika’s: de bijna 7000 meter hoge Acongacua, die we vanaf het dorpje Uspallata goed zouden moeten kunnen zien. Uspazjazja, zoals de locals zeggen, is twee fietsdagen over een ruige grindweg naar het zuiden. Maar ach, nu de stop van onze reis dichterbij komt schrikken we nergens meer voor terug ;-).

Luierend op de veranda zien we de zon ondergaan

We zijn goed op weg als op de eerste dag het weer plotseling omslaat. In de bergen flitst en rommelt het enorm en de wind draait van mee naar ijskoud en stormkracht tegen. We besluiten snel onze tent op te zetten voor het erger wordt. Met alle stormlijnen in gebruik en de haringen diep in de grond geslagen rukt de stormwind tevergeefs aan onze Vaude Mark II Light. Binnen pellen we gewikkeld in onze slaapzakken pinda’s en halen herinneringen op aan de afelopen maanden.

Het enige plekje dat nog iets van beschutting bood

‘Uspazjazja’ ligt nog een dag zwoegen verderop. Een grensplaatsje waar het zware vrachtverkeer van en naar Chili ronkend doorheen dendert. Voor ons een reden om de hoofdweg naar Mendoza te vermijden.

Ja, ja, we moeten weer zo nodig voor de moeilijke route kiezen ;-). Eerst een klim van 1000 meter en dan een afdaling van 2000 meter naar onze stop: big city Mendoza.

Na een rustdag, we hebben nog steeds tijd genoeg, fietsen we Uspallata uit. Oh, hoe wonderschoon is het panorama dat zich voor onze ogen ontvouwt: de top de Acongacua en al z’n besneeuwde vriendjes glinsterend van witte sneeuw op een rij. Mooi, mooi, mooi!

Bij het verlaten van Uspallata zijn de uitzichten geweldig

De klim naar onze dagtop gaat in eerste instantie soepel, maar dan draait de wind. Die wind is een typisch Argentijns verschijnsel dat zich meestal door richtingverandering en sterke toename in het begin van de middag manifesteert. Op die dag betekent het dat we de laatste vier kilometers naar het hoogste punt moeten lopen. ‘T is niet anders.

Maar daarna? Daarna duiken we een enorme afgrond in. Een weg zo breed als een fietspad en soms bijna onbegaanbaar door provisorisch gerepareerde aardverschuivingen. Intussen slalommen we om talloze rotsblokken en blijven we zoveel mogelijk aan de bergkant van de weg. Een vangrail of iets dergelijks is er meestal niet en de afgrond lijkt peilloos. We zakken langzaam uit de wolken en zien adembenemende vergezichten. De vlakte waar Mendoza moet liggen, 1500 meter lager en nog badend in het licht van de late middagzon. Want laat is het met al dat stijgen en dalen wel geworden.

Onder de wolken schijnt de zon

Afdalen, uren afdalen

Soms is het best wel veilig met een vangrail en zo

Op 2000 meter staan we de volgende dag op: het is 8 graden. We hebben de allerlaatste 50 fietskilometers op het programma staan. Naar het centrum van Mendoza waar we nog een aantal dagen en nachten in een Airbnb appartement gaan logeren.

Tijdens die laatste kilometers overvalt ons weemoed. We genieten nog een keer van die enorme Argentijnse vergezichten, de woeste bergen in de verte, de kaarsrechte weg voor ons. Het staat ineens allemaal voor drie maanden van geweldige fietsavonturen. Adios, hasta luego, muchas gracias, muy bien!

 

Comments are closed