van Granada naar Ubeda

Na drie dagen fietsen door de pittige heuvels met benen die aan het vlakke Holland zijn gewend, hebben we wel wat rust verdiend in Granada. Dat zou meer rust worden dan we hadden gedacht. We wisten al dat je kaartjes voor het Alhambra lang van te voren moet reserveren. Tegen de tijd dat wij hadden bedacht dat we naar Andalucia gingen, waren de internetkaartjes voor het Alhambra al lang uitverkocht. Maar geen nood: je kunt ter plekke nog kaartjes kopen. Daarvoor moet je wel in de rij staan. Dat wisten we. En dat dat vroeg moest hadden we ook al gehoord. Maar in deze tijd van het jaar is dat al om 6 uur. Je moet wel eerst bij dat kantoor komen. En dan in die rij staan. Om 8 uur gaat het kantoor open. Dan moet je wachten tot je aan de beurt bent en hopen dat er dan nog kaartjes beschikbaar zijn.  Wie ons kent weet dat dat niks voor ons is.

Van het Alhambra hebben we dus alleen de openbaar toegankelijke gedeeltes zien. Dat was mooi hoor, maar ook een soort van beproeving met al die toeristen. In het alleen met kaartjes toegankelijke gedeelte schijnt het nog veel erger te zijn. We konden het niet helpen…..we moesten steeds denken een Iran, waar we twee jaar geleden zoveel prachtige Islamitische kunst hebben gezien, maar dan zonder hordes toeristen.

uitzicht op het Alhambra

Gelukkig heeft Granada meer te bieden dan alleen het Alhambra. We slenteren door de oude Arabische wijk het Albayzin. Slechts in de “hoofdstraten” kunnen auto’s rijden, en dan alleen nog eenrichtingsverkeer. Er staan waarschuwingsborden op de smalste stukken (1,8 m breed!). Desondanks zijn alle auto’s gebutst en gekrast, zelfs de extra smalle busjes van het openbaar vervoer. De overige steegjes, meestal zo steil dat ze van traptreden zijn voorzien, zijn zo nauw dat je er soms je armen niet kunt spreiden. We passeren pleintjes waar bloeiende boomen een paars tapijt van bloesem hebben neergevlijd.

Als je dan bij een beroemd uitzichtpunt komt waar de flamencogitaristen alweer met de pet rondgaan, de hippies hun snuisterijen uitgespreid hebben en de toeristen elkaar verdringen voor een selfie met het Alhambra op de achtergrond, is de overgang groot.

We genieten ook van een heerlijke maatijd, met deze keer eens geen bier maar tinto verano: rode wijn met limonade en ijsblokjes. dat klinkt misschien niet aantrekkelijk, maar het is verrassend lekker.

tinto de verano……denk maar aan Radler, maar dan met wijn

Maar toch, na twee dagen in Granada, kijken we er naar uit om weer op de fiets te stappen. Van Granada naar de volgende stad, Ubeda, is het twee dagen fietsen. Het landschap is hier fietsvriendelijker: de bergen zijn heuvels geworden, de hellingen minder steil en minder lang. Maar het waait wel. Een stormwind zoals we die in Nederland kennen. En die hebben we dus tegen.  De rukwinden smijten ons alle kanten op. We hebben daardoor wat minder oog voor het landschap. Toch zien we nog boeiende details, zoals de prachtige patronen die de wind in het graan maakt, of een eenzame oude boom op een akker.

Die nacht gaan we wildkamperen in een olijfboomgaard. Het lukt ons een plekje te vinden uit het zicht van de weg, en, minstens zo essentieel, een beetje beschut tegen de wind. Het voldoet ook aan een twee algemene critria voor een kampeerplekje: vlak en zonder al te veel stenen. De windvlagen houden ons soms uit de slaap. De kou doet dat ook een beetje. Als we opstaan geeft de thermometer 6 graden aan.

kamperen tussen de olijfboomgaarden

We vertrekken dan ook met lange broek aan en vijf lagen bovenkleding. Gelukkig waait het vandaag veel minder en hebben we bovendien de wind meer in de rug. Ook wordt de zon steeds sterker, zodat we halverwege de ochtend weer in t-shirt en fietsbroek rijden. We dalen vandaag vooral veel af, eerst langs prachtige bergen en vervolgens over kleine weggetjes tussen de olijfboomgaarden door. Alleen de laatste 15 kilometer gaan weer omhoog. Dat valt juist aan het eind van de dag, als de energie op is, niet mee.

Ubeda is een soort mini-Granada. Een prachtige historische binnenstad, bijzonder sfeervol, maar zonder de hordes toeristen. Hier vooral Spanjaarden die een weekendje weg zijn. We bezoeken oude kerken en een museum over de olijfolieproductie. Daarover de volgende keer meer, want we fietsen de komende dagen alleen maar tussen de olijfboomgaarden.

als je naar boven kijkt in de kerk in Ubeda zie je dit

En tot slot nog een tip: wil je automatisch op de hoogte blijven van onze fietsavonturen? Meld je dan aan voor de emailservice.  Zodra er hier een nieuw bericht verschijnt krijg jij email. Opzeggen kan ook makkelijk.

Comments are closed